Blogs

Interested in being published on our blog? We love to hear your opinions on the legal topics of the day. Send your 700-word piece to secgen.utrecht@nl.elsa.org by the 20th of any given month and you might get a chance to appear on our website!

Wil jij gepubliceerd worden op onze website? Wij horen graag wat jij te zeggen hebt over rechtsgerelateerde onderwerpen. Stuur een stuk van 700 woorden naar secgen.utrecht@nl.elsa.org voor de 20e van elke maand en maak kans om op onze website te verschijnen!

Januari 2020

Onlangs mocht het Verenigd Koninkrijk stemmen voor een nieuwe regering. Twee partijen stonden tegenover elkaar: the labour party en de conservatives. Deze verkiezingen gingen niet alleen over voor welke partij je koos om de nationale problemen op te lossen, maar ook over wel of geen Brexit. De conservatieven zijn vóór Brexit, onder leiding van Boris Johnson, en Labour is tegen Brexit, onder leiding van Jeremy Corbyn.

Naast de verdeeldheid over wel of geen Brexit, verschillen de twee partijen op nog meer punten. Een grote bezorgdheid voor vele Britten is bijvoorbeeld de National Health Services (NHS). Er wordt geloofd dat de conservatieven dit beetje bij beetje willen privatiseren: dit houdt in dat waar Britten gotendeels gratis gezondsheidszorg krijgen, er nu voor meer behandeling geld uit eigen zak moet worden betaald. Het grootste probleem hiervan is dat er een grote groep is in het Verenigd Koninkrijk die leeft in grote armoede, en dat zij deze dure behandelingen dus niet kunnen betalen. Corbyn wil de NHS houden zoals het is, waar hij wil dat er meer aandacht wordt besteed aan de medewerkers in de zorg. Een klassieke strijd tussen rechts en links dus, die normaal gesproken de grootste focus van de verkiezing zou zijn.

Voor veel mensen leek Brexit echter toch de druppel om voor de conservatieven te stemmen. Corbyn beloofde een nieuw referendum, maar werd grotendeels gezien als zelf onzeker over Brexit, terwijl Johnson beloofde voor januari 2020 een Brexit-deal te hebben gemaakt onder de slogan “Get Brexit Done”. Waar eerst veel werd gedacht dat veel Britten helemaal niet achter Brexit stonden en dat zij simpelweg vergeten waren te stemmen, lijkt het nu toch dat de meerderheid van het volk wel degelijk achter de Brexit staat, of ten minste een Brexit die binnenkort tot een conclusie zou komen. Boris Johnson heeft in de verkiezingen de meerderheid van de zetels gewonnen, waardoor inmiddels een Brexit-deal is aangenomen in het lagerhuis (House of Commons). Hierna zal er nog door het Hogerhuis (House of Lords) gekeken worden naar de deal. In de deal is een aantal dingen die vastgelegd zijn over het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Zo zal het 31 januari officieel de EU verlaten.

Hierna zal een transitieperiode zijn waarin onderhandelingen kunnen plaatsvinden over bijvoorbeeld het vrij verkeer van periode, en hier ontstaat er misschien wel een probleem voor de Johnson slogan. Tot in ieder geval 31 december 2020 zal er nog niks veranderen voor de Britten, omdat de transitieperiode tot die datum is vastgesteld. Wat de banden tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk zullen worden na die datum blijft echter onduidelijk, en met het verbod op een verdere verlenging van de uiteindelijk exit-datum - zoals Johnson hem in de deal heeft vastgelegd - bestaat er dus wel nog een kans op een vertrek zonder deal over de toekomst van de EU-VK relatie, wat voor sommigen gelijk staat aan een No-Deal Brexit. Dit is vooral van belang voor Europeanen die wonen en werken in Engeland, maar ook voor Britten die in Europa wonen en werken. Andere vragen staan ook nog open: hoe zal de situatie van Noord-Ierland zich nog ontwikkelen nu dat er een douanegrens tussen haar en de rest van het Verenigd Koninkrijk ligt?

Er zijn veel dingen die besproken en bepaald zullen moeten worden, maar het is in ieder geval bijna zeker dat het Verenigd Koninkrijk de EU per 31 januari 2020 zal verlaten, en dat de transitie periode zonder vertraging op 31 December 2020 zal eindigen. Deze verkiezingen hebben laten zien dat het Britse volk wel achter de Brexit staat, iets wat door velen toch niet geloofd werd. Hoe het er juridisch na de Brexit uit zal zien, zullen we zien. Tot die tijd zullen de EU en het Verenigd Koninkrijk veel moeten onderhandelen en verdragen op moeten stellen om de transitie zo goed mogelijk te kunnen laten verlopen.


Written by: Hannah Paardekooper

Freedom of Expression Online under fire in Hong Kong

An injunction restricting online messaging imposed by Hong Kong’s highest court on October 31st might be the scariest thing to have happened on Halloween. Echoing many in Hong Kong’s pro-democracy movement, law-maker Charles Mok warned on Oct 31st that “The temporary injunction sets an extremely dangerous precedent for introducing internet censorship of online speech similar to the Great Firewall of China.” Is this, as pundits the world over hurry to point out, the latest attempt to restrict the freedoms so long enjoyed by the people of Hong Kong, or does this signify a more radical change in policy, perhaps induced by the protests themselves?

Hong Kong and its citizens have long escaped much of the online censorship imposed in mainland China in the past 20 years: under the One Country, Two Systems principle, Hong Kong and Macau financial and technological sectors have prospered, in part by by avoiding the firewall restricting internet-use on the mainland. The “Great Firewall” of China, introduced in the 1990’s alongside the Golden Shield domestic surveillance initiative, has awarded China for the fourth consecutive year the bottom spot in online freedom by banning both domestic criticism on local politicians as well as undesirable foreign content or services. The system has also long been credited for effectively erasing for the Chinese population certain key events and people in their history – the Tiananmen Square movement comes to mind – and targeting any content or forums that might incite demonstrations, be it for the government or against it. This last facet of the firewall is proving almost prophetic as protesters in Hong Kong, entering their 7th month of demonstrations this week, are being targeted online.

The internet has so far been important in the mobilization and the organization of the protests, and the injunctions imposed in the last weeks are only the latest in a series of actions forewarned earlier in August, when Hong Kong Chief Executive Carrie Lam began talking about restricting and censoring publications and messaging services. The latest measures, while only temporary, drew particular ire as they were aimed at protecting the “doxxing” of police officers: while they have been the subject of personal and near-lethal attacks, they have also been widely accused of using brutal and unnecessary force to subdue the protests. The potential banning of messaging application Telegram and Hong Kong forum site LIKHG have also caused widespread concern, as such a move effectively amounts to a law targeting a select group - a serious move which should be dealt with through new legislation and not an injunction, according to Professor Simon Young of the University of Hong Kong's law school.

Some, such as the government in Hong Kong, say that these measures only reflect temporary policy choices that directly address the protests, but other groups strongly disagree. AccessNow, a group defending and extending the digital rights of users at risk around the world, warns that “This injunction threatens to undermine fundamental human rights at a time when it is crucial for government authorities to respect and protect those rights. We fear that this creeping censorship marks another step toward a full internet shutdown in Hong Kong and will undermine the open and secure internet in Hong Kong and elsewhere.” This statement seems to echo Charles Mok’s warning and opens up the possibility that rather than being a temporary measure, it is the start of a slide of Hong Kong’s long-term freedom of expression online. Given the importance of internet freedom both as a democratic value and a financial necessity to the autonomous region, this would certainly be of larger concern, and the government of Hong Kong would do well to approach any restrictions with care and consideration for its long term effects.

Written by: Alexander van Thiel

November 2019

Het thema van ELSA Day 2019 is “Freedom of Expression Online”. Een erg actueel thema, wat eigenlijk voor iedereen van belang is. De vrijheid van meningsuiting is in tal van verdragen, wetten, richtlijnen en andere juridische documenten verankerd. Het is een voor de huidige maatschappij ontzettend belangrijk recht.

Een belangrijk deel van meningsuiting vindt tegenwoordig online plaats. Enorm veel mensen zitten bijvoorbeeld op social media. Middels platforms als Facebook, Instagram of YouTube is het tegenwoordig ontzettend gemakkelijk om je online te uiten voor een groot publiek. In beginsel een fijn gegeven, zou je zeggen.

Er zitten echter ook haken en ogen aan het gebruik van dergelijke social media. Door de platforms wordt enorm veel geld verdiend met advertenties.Volgens sommige partijen is dat oneerlijk, vaak wordt auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruikt door de gebruikers van de platforms zonder toestemming van de eigenaar van het materiaal. Een voorbeeld hiervan is als er een film wordt geüpload op bijvoorbeeld YouTube.

De Uniewetgever probeert hierin verandering te brengen middels artikel 17 van de DSM-richtlijn (voorheen artikel 13). Deze bepaling is eerder dit jaar veel in het nieuws geweest. Het artikel bepaalt, kort gezegd, dat platforms waarop gebruikers hun materiaal kunnen delen (denk aan de hierboven genoemde platforms) ofwel een deel van de inkomsten moeten afstaan aan de eigenaren van het betreffende materiaal, of ze dienen te voorkomen dat dergelijk materiaal online komt.

Het is geen gekke gedachte dat een partij die tijd en moeite heeft gestopt in het maken van een film daar een geldelijke vergoeding voor terug wil zien. De manier waarop dat dreigt te gaan gebeuren met artikel 17 van de DSM-richtlijn is echter om verschillende redenen problematisch. Ten eerste zijn er tal van uitzonderingen op het hierboven genoemde auteursrecht. Veel gebruik van andermans materiaal is onder de Auteurswet (en hogere Europeesrechtelijke regelgeving) gewoon toegestaan. Een voorbeeld hiervan is het maken van een parodie. Je mag vrij ver gaan in het parodiëren van andermans werk. Een ander voorbeeld is het citeren van andermans werk. Zo mag je bijvoorbeeld uit iemands film een stukje overnemen. Artikel 17 van de DSM-richtlijn verandert niets aan die uitzonderingen. Het gevaar is echter dat er middels een geautomatiseerd systeem fouten gemaakt worden bij het offline halen van materiaal. De kans bestaat dat een dergelijk systeem niet slim genoeg is om een toegestane parodie of citaat als zodanig te herkennen. Zo kan gebeuren dat er ten onrechte iets geweerd wordt van een website. De uitzonderingen in de Auteurswet zijn onder andere bedoeld om ruimte te geven aan vrijheid van meningsuiting te geven. Het auteursrecht is niet absoluut. Door artikel 17 van de DSM-richtlijn wordt er echter aan die vrijheid van meningsuiting getornd.

Een ander probleem is dat de kans bestaat dat sommige kleinere platforms niet kunnen voldoen aan de regelgeving. Er wordt dagelijks bergen met materiaal geplaatst, en om dat allemaal te controleren op de aanwezigheid van auteursrechtelijk beschermd materiaal is ondoenlijk. Grote spelers als YouTube hebben vrij geavanceerde systemen, maar het ontwikkelen daarvan kost veel geld. Niet alle platforms kunnen dat betalen. In het ergste geval zou het zo kunnen zijn dat er dus minder kanalen zijn om online je mening te uiten.

Duidelijk is dat artikel 17 van de DSM-richtlijn potentieel kan leiden tot een problematische beperking van vrijheid van meningsuiting online. De richtlijn moet op 7 juni 2021 geïmplementeerd zijn in Nederland. Gelukkig is er dus nog tijd om te anticiperen, en in het ergste geval schrap zetten. Wat dat betreft is het misschien goed als het thema van ELSA day in 2021 wederom “Freedom of Expression Online” is, om te kijken of het allemaal echt zo erg is als sommigen verwachten, of dat het eigenlijk wel meevalt. Mijn vermoeden is dat het ergens tussen de twee uitersten zal liggen, en dat we er qua vrijheid van meningsuiting online niet op vooruit gaan. Een treurige gedachte.


Written by: Lucas Dikkers

NOVEMBER 2018

“We moeten onze ogen hier niet voor sluiten. Mensenhandel heeft politieke topprioriteit, daarom is het van groot belang dat er meer slachtoffers in beeld komen en dat zij bescherming krijgen.”

- Nationaal Rapporteur Mensenhandel Herman Bolhaar

Bezoek Nationaal Rapporteur Mensenhandel

Wat is mensenhandel?

Onder mensenhandel verstaat men het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang. De kern van mensenhandel bevindt zich in het uitbuiten van personen. Deze uitbuiting kan in verschillende sectoren plaatsvinden. De meest bekende vorm van uitbuiting vindt plaats binnen de seksindustrie maar ook in minder voor de hand liggende sectoren zoals de landbouw, schoonmaakbranche of de horeca. Het werven en vervoeren van personen met als doel organen uit het lichaam van die ander te verwijderen valt er ook onder. Er zijn verschillende vormen van dwang die kunnen worden ingezet om het uiteindelijke doel te bereiken zoals misleiding, misbruik van een kwetsbare positie of (het dreigen met) fysiek geweld. Mensenhandel vormt een inbreuk op menig fundamentele rechten zoals de recht op vrijheid, veiligheid en het verbod op dwangarbeid. Het is een erg actueel maar onzichtbaar onderwerp dat helaas ook in Nederland vaak voorkomt.


Mensenhandel in Nederland

Een van de meest bekende vormen van mensenhandel in Nederland is de binnenlandse seksuele uitbuiting. Jaarlijks worden ruim 1300 Nederlandse meisjes slachtoffer van deze vorm van uitbuiting. Een bekend fenomeen dat zich de laatste decennia heeft ontwikkeld zijn ‘loverboys’. Volgens oud Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer, is een loverboy ook een mensenhandelaar. Loverboys zijn jongens die proberen meisjes de prostitutie in te lokken door ze eerst te verleiden. Het gevaarlijke aan deze vorm van mensenhandel is dat het niet gauw boven water komt, zo worden de meisjes ingezet in de thuisprostitutie of als escort. Op deze manier zijn ze minder goed vindbaar voor veel hulpinstanties. Slachtoffers verdwijnen simpelweg uit beeld en zo blijft er onzekerheid omtrent hun situatie. Daarbij komt dat slachtoffers van loverboys vaak door schaamte of verliefdheid geen aangifte doen, dit maakt het extra moeilijk om de situatie in kaart te brengen.


Meldingen en spanning met de nieuwe Privacywet

De nieuwe privacywet maakt het volgen en registreren van slachtoffers ook lastiger. Deze wet verplicht de jeugdinstellingen om slachtoffers schriftelijk toestemming te vragen voor een melding bij CoMensha. Dit is het landelijke coördinatiecentrum tegen mensenhandel. CoMensha brengt mensenhandel in beeld door slachtoffers te registreren, analyseren en op basis daarvan rapporten op te stellen. Indien de slachtoffers deze schriftelijke toestemming niet verlenen mist de overheid cruciale informatie, hierdoor wordt het moeilijker om de knelpunten in kaart te brengen en situaties te voorspellen.